Regelgeving en toezicht

Onderwerpen:

Vergunning voor opsporing van aardgas

Als een gasmaatschappij (een operator) in Nederland aanwijzingen heeft van een gasvoorkomen in de ondergrond, vraagt deze bij de Minister van Economische Zaken een opsporingsvergunning/exploratievergunning aan. Dit is een vergunning die benodigd is om proefboringen uit te voeren. Bij de proefboring wordt onderzocht of het gas aanwezig is, en ook voldoende aardgas oplevert dat het bedrijf het gasveld economisch kan ontwikkelen. De aanvraag van de vergunning wordt gepubliceerd in de Staatscourant en andere partijen krijgen enkele maanden de tijd om een concurrerende aanvraag te doen.

Dan worden de aanvragen gelijktijdig behandeld. In dit vergunningsproces vraagt de Minister van Economische Zaken advies aan TNO over de ondergrond en het aangeboden werkplan, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in verband met veiligheid, en EBN in verband met de financiële robuustheid van de gasmaatschappij. Alleen als aan deze criteria wordt voldaan zal de vergunning worden verleend. Het bedrijf met het beste plan krijgt de opsporingsvergunning en heeft van de Nederlandse overheid toestemming om proefboringen uit te voeren.

Voordat daadwerkelijk een proefboring uitgevoerd mag worden, moet de gasmaatschappij eerst bij een gemeente een aanvraag voor een WABO bouw- en een aanlegvergunning indienen. Hier krijgt iedere belanghebbende de kans om bezwaar te maken tegen de plannen. Pas nadat deze vergunningen door de gemeente verleend mag de gasmaatschappij gaan boren, onder toezicht van SodM. Als de gasmaatschappij daarvoor kiest worden de proefboringen in een publiek-private samenwerking tussen EBN en de gasmaatschappij worden uitgevoerd. Pas als de proefboringen gas in economisch winbare hoeveelheden aantonen kan de gasmaatschappij de procedure voor een winningsvergunning starten.

Vergunning voor aardgaswinning

De aanvraag voor een vergunning voor de eigenlijke gasproductie is grotendeels hetzelfde als bij een opsporingsvergunning.  Het is zo geregeld dat gasmaatschappijen een overeenkomst van samenwerking moeten aangaan met staatsdeelneming EBN, zodat de Nederlandse bevolking kan meeprofiteren van de opbrengsten.

Voordat met de bouw van een boorinstallatie mag worden begonnen wordt een Milieu Effect Rapportage (MER) uitgevoerd. Hierin worden de milieueffecten van het voorgenomen plan in kaart gebracht en acties bepaald die deze effecten minimaliseren of compenseren. Als de werkzaamheden van de aanleg voor de locatie en de boorput(ten) zijn afgerond wordt de lokatie ingepast in de omgeving.  Locaties waar geen gasproductie (meer) mogelijk is, worden afgesloten en de locaties terug gebracht naar de oorspronkelijke staat. Deze abandonnering is bij wet geregeld, en is de verantwoordelijkheid van de operator. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) ziet hierop toe.

Veiligheid, en toezicht op aardgaswinning

Winning van delfstoffen, waaronder aardgas, is een belangrijke maar ook risicovolle activiteit. Daarom worden door diverse wetten strenge regels gesteld, waarmee olie- en gasmaatschappijen rekening moeten houden. Om te zorgen dat deze regelgeving goed wordt nageleefd is Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) als toezichthouder aangesteld. SodM is verantwoordelijk voor het controleren op mijnbouw- milieu- en arbeidsvoorschriften tijdens alle fases van opsporing en winning van delfstoffen en aardwarmte. Het toezicht van SodM richt zich op vijf aspecten, waarvan de risico’s in kaart zijn gebracht:

  • Veiligheid
  • Gezondheid
  • Milieu
  • Doelmatige winning
  • Bodembewegingen

Dit doen de inspecteurs van SodM o.a. door boorplannen te keuren bij vergunningsaanvragen en door installaties te inspecteren, zowel aan land als offshore. SodM controleert ook het uiteindelijk verlaten van locaties en het terugbrengen van voormalige boorlocaties naar haar oorspronkelijke staat. SodM ziet er scherp op toe dat de maatschappijen voortdurend aandacht blijven houden voor veiligheid en milieu en de regels strikt blijven naleven. Meer over SodM is te zien in de korte film “Vernieuwend toezicht vanuit gewortelde tradities”:


SodM 200 jaar door SodM200jaar

Olie- en gasmaatschappijen in Nederland vinden het zelf ook erg belangrijk dat zij hun activiteiten veilig en met het oog op mens en milieu ontplooien. Hierover wordt jaarlijks gerapporteerd aan het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het doel hiervan is transparantie te verhogen. Vanaf 2004 gebeurt dit digitaal, via elektronische milieujaarverslagen (e-MJV).